
De stand van het Werkkompas
Sinds het Werkkompas online staat, vult een groeiend aantal mensen de meting in. Iedereen krijgt daarna zijn eigen uitslag te zien, maar wij houden ook bij hoe die uitslagen zich samen verhouden. Dat levert een beeld op dat wij nergens anders in deze vorm zijn tegengekomen, en daarom zetten wij het hier openbaar neer. Op deze pagina staan de cijfers, de manier waarop ze tot stand komen en, minstens zo belangrijk, wat ze wel en niet betekenen.
De cijfers hieronder gaan over de periode van 1 augustus tot en met 6 september 2026. In die vijf weken zijn er 340 metingen volledig afgerond door bezoekers van de site. Onze eigen testmetingen zijn eruit gehaald.
De zoneverdeling
Het Werkkompas plaatst iedere uitslag in een van vier zones op de route van gezonde werkdruk naar overbelasting. Zo lagen die 340 metingen verdeeld:
| Zone | Metingen | Aandeel |
|---|---|---|
| Groen | 18 | 5,3% |
| Oranje | 67 | 19,7% |
| Rood, licht | 143 | 42,1% |
| Rood, donker | 112 | 32,9% |
| Totaal | 340 | 100% |
Drie kwart van de metingen komt uit in het rood, en bijna 95 procent staat op oranje of rood. Groen blijft steken op vijf procent, ofwel ongeveer één op de twintig.
Wat deze cijfers wél zeggen
Vrijwel iedereen die deze meting invult, komt binnen via een zoekopdracht naar een burn-outtest of een werkstresstest. Dat is precies wat dit cijfer interessant maakt. Wie zelf gaat zoeken naar zo'n test, doet dat zelden uit nieuwsgierigheid, want er is meestal al iets aan de hand. Van de mensen die die stap zetten, blijkt negentien op de twintig inderdaad in oranje of rood terecht te komen.
Het zoeken zelf is dus al een signaal. Dat is een bruikbaar gegeven voor leidinggevenden en voor mensen thuis, want het betekent dat de vraag "moet ik me zorgen maken" in de praktijk zelden onterecht wordt gesteld. Wie hem stelt, heeft er in de regel reden toe.
Herkennen mensen hun eigen uitslag?
Sinds 31 augustus staat onder aan het resultaatscherm de vraag of het beeld klopt. Eén klik, ja of nee, verder niets. Van de 295 mensen die de meting tussen 31 augustus en 16 september afmaakten, gaven er 65 antwoord, ruim één op de vijf. Van die 65 zei 94 procent dat de uitslag klopt: 61 mensen tegenover 4 die vonden van niet. Voor ons is dat het belangrijkste getal op deze pagina, want een uitslag waarin mensen zichzelf niet herkennen stuurt hen de verkeerde kant op.
Lees ook dit met één slag om de arm. Wie zich helemaal niet herkent in de uitslag, klikt eerder weg dan dat er op nee wordt gedrukt, dus het werkelijke aandeel ja ligt vermoedelijk iets lager. Daar komt bij dat de grenswaarden tussen de zones nog niet op eigen data zijn geijkt. Wat deze 94 procent wel laat zien is dat de richting klopt: mensen komen eruit met een beeld dat zij als het hunne herkennen.
Wat deze cijfers níét zeggen
Deze 340 mensen vormen geen doorsnede van werkend Nederland, en het zou onzuiver zijn om te doen alsof dat wel zo is. Zij hebben zichzelf geselecteerd door te gaan zoeken. Het landelijke beeld ligt heel ergens anders: volgens de Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden van TNO en CBS had 21 procent van de werknemers in 2025 burn-outklachten, tegenover 19 procent in 2023. Dat is het cijfer dat iets zegt over Nederland als geheel.
Onze 75 procent zegt iets heel anders, namelijk iets over de groep die actief op zoek gaat. Beide getallen zijn waar, alleen gaan ze over verschillende mensen. Wie ze naast elkaar legt alsof het hetzelfde is, trekt een conclusie die de cijfers niet dragen.
Verder is dit een zelfrapportage en geen diagnose. Het Werkkompas stelt geen diagnose en vervangt geen beoordeling door een huisarts, bedrijfsarts of psycholoog.
Hoe deze cijfers tot stand komen
Het Werkkompas bestaat uit twintig vragen langs vijf richtingen: belasting, herstel, energie, verbinding en regie. Invullen duurt ongeveer drie minuten. Zodra iemand het resultaatscherm bereikt, leggen wij één regel vast met de datum, het tijdstip en de zone waarin de uitslag valt. Meer niet, want er wordt geen naam, geen e-mailadres en geen antwoord per vraag bij die telling bewaard. De cijfers op deze pagina zijn dus niet naar personen te herleiden.
Waarom een zelftest wel iets kan meten maar geen diagnose stelt, staat in Hoe betrouwbaar is een burn-outtest. De onderbouwing van de vijf richtingen en de gebruikte modellen staan uitgewerkt op de pagina Wat meet het Werkkompas precies.
Wij werken deze pagina elk kwartaal bij, zodat de reeks in de loop van de tijd ook iets over beweging kan laten zien. Gebruik je deze cijfers in een artikel, presentatie of rapport, dan stellen wij een bronvermelding op prijs, en wij denken graag mee als je een uitsplitsing nodig hebt die hier niet staat.
Zelf weten waar je staat
De meting is gratis, duurt drie minuten en je krijgt je uitslag direct te zien, met een eerste stap voor deze week erbij.
Bronnen: eigen registratie Werkkompas, Hemgård Vegvísir, 1 augustus tot en met 6 september 2026, n = 340. Landelijk cijfer: Nationale Enquête Arbeidsomstandigheden 2025, TNO en CBS, gepubliceerd april 2026.