Sfeerbeeld Betrouwbaarheid werkkompas

Hoe betrouwbaar is een burn-outtest?

Het is een terechte vraag, en het is er een die wij zelf ook stellen. Iemand vult in drie minuten twintig vragen in en krijgt daarna een uitslag te zien die over zijn gezondheid gaat. Wat is die uitslag waard, en wat mag je ervan verwachten.

Het eerlijke antwoord bestaat uit twee delen. Een online test kan geen diagnose stellen, en dat zal ook nooit veranderen. Tegelijk kan een goede vragenlijst wel iets doen waar je echt wat aan hebt, namelijk je klachten ordenen en zichtbaar maken hoe ver je gevorderd bent. Het verschil tussen die twee dingen is precies waar de betrouwbaarheidsvraag over gaat.

Meten en diagnosticeren zijn twee dingen

Een diagnose stellen betekent uitsluiten. Een huisarts kijkt of je klachten door iets anders verklaard kunnen worden, want moeheid, concentratieproblemen en somberheid komen ook voor bij bloedarmoede, een schildklieraandoening, slaapapneu of een depressie. Die weging kan alleen iemand maken die je kan onderzoeken en die je voorgeschiedenis kent. Geen enkele vragenlijst doet dat, hoe goed hij ook is opgebouwd.

Meten is iets bescheidener en daardoor haalbaar. Een vragenlijst legt op een gestructureerde manier vast hoe jij er de afgelopen weken aan toe was, en vergelijkt dat met een vast ijkpunt. Dat is nuttig, want overbelasting verschuift langzaam wat jij als normaal ervaart. Je vergelijkt jezelf met vorige maand en het verschil is klein, dus je concludeert dat het meevalt. Een vragenlijst vergelijkt niet met vorige maand en dat is precies zijn waarde.

Waar je een bruikbare zelftest aan herkent

Er staan veel tests online en de kwaliteit loopt sterk uiteen. Vier dingen zeggen iets.

Staat erbij waarop hij is gebaseerd. Een test die verwijst naar bestaande modellen en instrumenten laat zich controleren. Een test die alleen een uitslag geeft, vraagt je om te vertrouwen op iets wat je niet kunt nakijken.

Vraagt hij naar een afgebakende periode. "Hoe voel je je" levert een momentopname op die afhangt van je ochtend. "Hoe was dit de afgelopen vier weken" levert een beeld op waar je iets mee kunt.

Meet hij meer dan uitputting alleen. Vermoeidheid is een laat signaal. Een lijst die alleen daarnaar vraagt, mist de periode waarin er nog het meest mogelijk is. Goede instrumenten kijken ook naar herstel, naar betrokkenheid bij het werk en naar de mate waarin je invloed hebt op je eigen werk.

Zegt hij wat hij níét is. Een test die belooft vast te stellen of je een burn-out hebt, belooft iets wat hij waar kan maken. Een test die zegt een startpunt te geven, klopt.

Hoe het Werkkompas in elkaar zit

Het Werkkompas meet vijf richtingen die in internationaal onderzoek steeds terugkomen als de kern van werkgerelateerde overbelasting: belasting, herstel, energie, verbinding en regie. Belasting en regie komen uit het werk van Karasek en uit het Job Demands-Resources-model, energie en verbinding sluiten aan bij de twee kerndimensies van burn-out zoals die in gevalideerde instrumenten worden gebruikt, en herstel is gebaseerd op onderzoek naar herstelbehoefte.

Twee keuzes zijn het vermelden waard. Herstel weegt zwaarder dan de andere richtingen, omdat verstoord herstel het vroegste meetbare teken is dat de belasting structureel te hoog ligt. Verder brengt het Werkkompas klachten en oorzaken samen in één beeld, terwijl de meeste lijsten of het een of het ander meten. Je ziet dus niet alleen hoe uitgeput je bent, maar ook waar dat vandaan komt. De volledige verantwoording staat bij Wat meet het Werkkompas precies.

Wat het Werkkompas nadrukkelijk niet is: een diagnostisch instrument. Het is een zelfreflectie-instrument dat je laat zien waar je staat op de route van gezonde werkdruk naar overbelasting, en dat je een overzicht meegeeft dat je kunt bespreken met je huisarts of bedrijfsarts.

Hoe je de uitslag zou moeten lezen

Kijk verder dan de kleur. Interessanter dan de zone is wélke richtingen oplichten, want daar zit de aanwijzing wat er te doen valt. Iemand met een probleem op herstel heeft iets anders nodig dan iemand die vooral is vastgelopen op regie, ook al komen zij in dezelfde zone uit.

Herken je jezelf niet in de uitslag, neem dat serieus. Soms zit iemand er op zo'n dag naast omdat er net iets is gebeurd, en soms klopt de uitslag beter dan het gevoel. Vraag in dat geval iemand die je goed kent wat hij ervan vindt, want mensen om je heen zien deze dingen doorgaans eerder.

Meet je liever je stressniveau dan je burn-outrisico, lees dan Je stressniveau meten. Doe hem na zes weken opnieuw. Eén meting is een foto, twee metingen laten een richting zien, en die richting zegt meer dan welke losse uitslag ook.

Wat wij zelf zien

Van alle mensen die het Werkkompas invullen, komt ongeveer drie kwart uit in het rood en staat bijna 95 procent op oranje of rood. Die cijfers zeggen minder over Nederland dan over de groep die zo'n test opzoekt, want vrijwel iedereen komt binnen na een zoekopdracht naar een burn-outtest. Dat maakt ze niet minder interessant, want het betekent dat de vraag "moet ik me zorgen maken" in de praktijk zelden onterecht wordt gesteld. De volledige cijfers en de kanttekeningen erbij staan op De stand van het Werkkompas.

Terug naar de vraag waarmee dit stuk begon. Een burn-outtest is betrouwbaar voor zover hij duidelijk maakt wat hij meet en waar zijn grens ligt. Binnen die grens is hij waardevol, want hij zet in drie minuten op een rij waar je maanden omheen hebt gelopen. Buiten die grens hoort een gesprek met iemand die je kan onderzoeken, en dat gesprek gaat een stuk makkelijker met een ingevulde vragenlijst in je hand. Welke klachten daarbij horen staat in Burn-outsymptomen, en welk stadium daarbij past in In welke fase van een burn-out zit ik.

Doe het Werkkompas

Bronnen: NHG-Standaard Overspanning en burn-out, Nederlands Huisartsen Genootschap, 2018. Demand-control-model (Karasek), Job Demands-Resources-model (Demerouti en Bakker), onderzoek naar herstelbehoefte (Van Veldhoven). Eigen registratie Werkkompas, Hemgård Vegvísir, n = 340.