Sfeerbeeld Wanneer wordt spanning door stress schadelijk

Werkstress: wanneer wordt spanning door werk schadelijk?

Stress heeft een slechte naam gekregen, en dat is jammer, want spanning is op zichzelf iets nuttigs. Je hartslag gaat omhoog voor een presentatie, je wordt scherper vlak voor een deadline, en achteraf ben je moe op een manier die goed voelt. Dat systeem is er niet voor niets: het zorgt ervoor dat je even meer kunt dan normaal, precies op het moment dat het nodig is.

Het gaat mis op één punt, en dat punt is goedscherp aan te wijzen. Spanning is gemaakt om op te komen en weer weg te zakken. Zolang die beweging er is, verdraag je er veel van. Zodra het weglopen stopt, verandert hetzelfde systeem van een hulpmiddel in een probleem.

De grens ligt bij het terugkeren, niet bij de hoogte

De meeste mensen beoordelen hun stress op intensiteit. Hoe zwaar voelt het, hoeveel ligt er op mijn bord, hoe vaak lig ik ervan wakker. Dat is begrijpelijk en het is een matige maatstaf, want aan intensiteit went een mens verbazingwekkend snel.

Bruikbaarder is de vraag of je terugkeert naar rust. Een drukke week gevolgd door een weekend waarin je weer opknapt, is gezonde spanning, ook al voelde die week zwaar. Een matig drukke week die je op zondagavond nog met je meedraagt, is dat niet, ook al lijkt het van buiten kalmer. Hoeveelheid zegt weinig, terugkeer zegt alles.

Dat maakt de eerste toets simpel genoeg om nu te doen. Denk terug aan je laatste vrije dagen. Was je halverwege de eerste werkweek daarna weer waar je begon, of hield het langer aan. Wie op die vraag eerlijk antwoordt, weet vaak genoeg.

Vier vormen van werkstress die je uit elkaar moet houden

Werkstress is een verzamelwoord voor dingen die verschillende oplossingen vragen, en dat verklaart waarom goedbedoelde maatregelen vaak weinig doen.

Te veel werk in te weinig tijd. De bekendste vorm en de enige die met minder werk daadwerkelijk opgelost wordt.

Te weinig invloed op je eigen werk. Dezelfde hoeveelheid werk voelt totaal anders wanneer een ander de volgorde bepaalt, wanneer je nee zeggen niet kunt maken of wanneer de methode vastligt. Dit is de vorm die het vaakst wordt gemist, terwijl hij in onderzoek juist zo zwaar weegt.

Onduidelijkheid. Niet weten wat er van je verwacht wordt, of tegenstrijdige verwachtingen van twee kanten krijgen, kost onevenredig veel energie. Je bent dan niet alleen aan het werk maar ook voortdurend aan het inschatten of het wel het goede werk is.

Het werk zelf. Sommige beroepen brengen spanning mee die er nu eenmaal bij hoort, in de zorg, in het onderwijs, bij hulpdiensten. Die spanning is niet weg te organiseren, dus daar draait alles om de ruimte om te herstellen.

Weten welke vorm bij jou de doorslag geeft, bepaalt wat er te doen valt. In Waarom dezelfde werkdruk de een wel en de ander niet opbreekt staat uitgebreider waarom vooral die tweede vorm zo zwaar weegt.

Waaraan je merkt dat het te lang duurt

De Nederlandse huisartsenrichtlijn werkt met acht klachten die samen het beeld vormen: moeheid, onrustig slapen, prikkelbaarheid, slecht tegen drukte of lawaai kunnen, wisselende stemming, piekeren, een gejaagd gevoel, en problemen met concentratie of geheugen. Bij drie of meer daarvan spreekt een huisarts van spanningsklachten.

Het aardige aan die lijst is dat er maar één punt over vermoeidheid gaat. De rest gaat over hoe je reageert, hoe je slaapt en hoe je denkt, en juist die dingen schrijven mensen aan van alles toe behalve aan hun werk. Slecht slapen komt door de drukte, kort van stof zijn door de kinderen, vergeetachtigheid door de leeftijd. Drie signalen van hetzelfde ding worden zo drie losse ergernissen.

Duurt dat maanden, dan gaat je lichaam meedoen met hoofdpijn, een gespannen nek, maagklachten of vaker verkouden zijn. Wat langdurige spanning lichamelijk doet en waarom herstel daarbij het verschil maakt, staat in Chronische stress: wat langdurige spanning met je lichaam doet.

Waar jij nu staat

Je eigen spanningsniveau inschatten is lastig, omdat je meetlat meeschuift met wat je gewend bent geraakt. Het Werkkompas vraagt daarom naar de afgelopen vier weken langs vijf richtingen: belasting, herstel, energie, verbinding en regie. Daarmee zie je niet alleen hoe hoog de spanning staat, maar ook uit welke van de vier hierboven genoemde hoeken hij komt.

Twintig vragen, ongeveer drie minuten, en je uitslag meteen in beeld met een stap voor deze week erbij. Het Werkkompas stelt geen diagnose. Maak je je zorgen over je gezondheid, bespreek dat dan met je huisarts of bedrijfsarts, en weet dat je in loondienst meestal rechtstreeks naar de bedrijfsarts kunt via het open spreekuur.

Waar je vandaag mee kunt beginnen

Omdat de grens bij het terugkeren ligt, begin je daar ook. Zorg deze week voor drie avonden zonder werk, ga vijf dagen op hetzelfde tijdstip naar bed, en plan één ding dat je oplaadt alsof het een afspraak is. Dat klinkt bescheiden en dat is het ook, alleen laat het je binnen een week merken of je systeem nog terugveert.

Merk je dat er niets verandert, dan zit het probleem waarschijnlijk in het werk zelf en niet in je avonden. De signalen dat het die kant op gaat staan in Te hoge werkdruk: hoe je het herkent.

Doe het Werkkompas

Bronnen: NHG-Standaard Overspanning en burn-out, Nederlands Huisartsen Genootschap, 2018. Demand-control-model (Karasek) en Job Demands-Resources-model (Demerouti en Bakker).