
Waarop het Werkkompas is gebaseerd
Het Werkkompas laat je in twintig vragen zien hoe je ervoor staat. Op deze pagina leggen we open waar dat instrument op rust, welke keuzes we hebben gemaakt en waar de grenzen liggen. Wie zijn eigen situatie langs een meetlat legt, mag weten hoe die meetlat is gemaakt.
Wat het Werkkompas wel en niet is
Het Werkkompas is een instrument voor zelfreflectie en bewustwording. Het brengt in kaart hoe zwaar je werk op dit moment op je drukt en waar dat vandaan komt. Een diagnose is iets anders en die kan alleen een huisarts, bedrijfsarts of psycholoog stellen, want daarvoor is een gesprek nodig en een blik op je hele situatie.
Voor de formele voor- en nameting rond Reset & Refocus gebruiken we de Burnout Assessment Tool van de KU Leuven, een gevalideerd klinisch instrument. Het Werkkompas is daarvan de publiekstoegankelijke voorkant: laagdrempelig genoeg om online in ruim twee minuten te doen, stevig genoeg om serieus genomen te worden.
Twee soorten instrumenten, en het gat ertussen
Bij het ontwerp hebben we gekeken naar de meest gebruikte en best onderzochte instrumenten uit Nederland, België, Denemarken, Zweden, Duitsland, de Verenigde Staten, Canada en Australië. Dat veld valt uiteen in twee families.
De eerste meet klachten: hoe uitgeput iemand al is. Daar horen de bekende burn-outvragenlijsten bij. De tweede meet oorzaken in het werk: hoe zwaar de taakeisen zijn, hoeveel invloed iemand heeft, hoe de verhouding tussen inspanning en waardering ligt. Die instrumenten zijn vrijwel altijd voor organisaties gebouwd en niet voor één persoon.
Wat we nergens tegenkwamen, was een publiek toegankelijk instrument dat beide samenbrengt in één beeld voor één mens. Symptoommeters vertellen je hoe slecht het al is, risicometers vertellen een werkgever waar het knelt in de organisatie. Daarnaast presenteert vrijwel geen van beide families de uitkomst als een positie op een route, terwijl de Nederlandse richtlijn van huisartsen en bedrijfsartsen overbelasting juist beschrijft als een proces in stadia: van spanningsklachten via overspanning naar burn-out. In die twee gaten staat het Werkkompas.
De vijf windrichtingen
Het Werkkompas meet vijf domeinen met elk vier vragen. Elk domein is herleidbaar naar gevestigd onderzoek.
Belasting gaat over wat je werk van je vraagt: de hoeveelheid, het doorwerken buiten werktijd, het schakelen tussen taken en de lat waarlangs je jezelf legt. Dit komt uit het Job Demands-Resources-model van Demerouti en Bakker en uit het demand-control-model van Karasek, waarin aanhoudend hoge taakeisen de motor achter overbelasting vormen.
Herstel gaat over het vermogen om na inspanning weer op te laden. Het effort-recovery-model van Meijman en Mulder en het Nederlandse herstelbehoefte-onderzoek van Van Veldhoven laten zien dat verstoord herstel het vroegste meetbare signaal is dat de belasting structureel te hoog ligt, eerder nog dan uitputting zelf. Dit domein geeft het Werkkompas zijn preventieve karakter.
Energie gaat over uitputting, inclusief lichamelijke signalen en gevoeligheid voor prikkels. Uitputting is de kern van vrijwel elk burn-outinstrument. De aandacht voor prikkelgevoeligheid, onrustige slaap en lichamelijke spanning komt uit het Zweedse onderzoek naar utmattningssyndrom, dat deze vroege markers toevoegde aan wat oudere instrumenten meten. Dat dit inzicht uit Zweden komt, het land waar de Hemgård staat, is een toevalligheid die wij graag koesteren.
Verbinding gaat over betrokkenheid bij het werk. Afnemende bevlogenheid, onverschilligheid en het vermijden van contact vormen samen wat in de literatuur mentale distantie of cynisme heet. Naast uitputting is dit de tweede kerndimensie waarover in het hele onderzoeksveld consensus bestaat.
Regie en richting gaat over invloed op je eigen werk en helderheid over je koers. Het eerste deel is klassiek Karasek: dezelfde belasting weegt zwaarder naarmate je er minder invloed op hebt. Het tweede deel is ons eigen accent en komt uit de praktijk van de Hemgård-programma’s. Deelnemers herkennen het verlies van richting vaak eerder bij zichzelf dan de uitputting, en juist dat laten gevestigde instrumenten liggen. Het sluit bovendien naadloos aan bij waar wij ons naar vernoemd hebben: de Vegvísir, het kompas dat richting geeft, ook bij storm.
Van twintig vragen naar een positie op de route
Je beantwoordt elke vraag op een vijfpuntsschaal over de afgelopen vier weken. Per domein wordt het gemiddelde van de vier vragen berekend. Die vijf domeinscores vormen samen je totaalscore.
Herstel weegt daarbij anderhalf keer zo zwaar als de andere vier. Dat is een bewuste keuze en zij volgt uit het onderzoek dat we hierboven noemen: verstoord herstel is het vroegste meetbare signaal, en het is tegelijk de richting waarop iemand zelf het snelst iets kan veranderen. Een instrument dat wil waarschuwen voordat de uitputting er is, moet daar dus gevoeliger voor zijn.
Naast de twintig vragen stellen we er nog drie die niet meetellen in je score: voor wie je de meting doet, hoe lang de klachten al spelen en of je er al met iemand over hebt gesproken. Die sturen alleen de tekst die je terugkrijgt. Duur is klinisch gezien het sterkste onderscheid tussen spanningsklachten en iets ernstigers, en dat hoort thuis in de duiding in plaats van in het cijfer.
Per windrichting gelden drie zones: groen onder 2,5, oranje tussen 2,5 en 3,5 en rood vanaf 3,5. Je totaalscore vertaalt zich naar een van vier fasen op de route.
| Fase | Totaalscore | Wat het betekent |
|---|---|---|
| Op koers | 1,00 – 2,40 | Belasting en herstel zijn in evenwicht |
| Tegenwind | 2,40 – 3,20 | Eerste signalen, bijsturen kan nu nog eenvoudig |
| Storm op komst | 3,20 – 3,90 | Serieuze signalen, gesprek met je bedrijfsarts aangeraden |
| In de storm | 3,90 – 5,00 | Beeld past bij ernstige overbelasting, ga naar je huisarts of bedrijfsarts |
Ligt je score precies op een grens, dan valt hij in de lichtere fase.
Waarom de grenzen in september 2026 zijn verschoven
De eerste versie van het Werkkompas legde de grenzen lager. In de praktijk bleek dat te streng. Wie op alle twintig vragen het middelste antwoord gaf, dus overal "soms", kwam uit op een gemiddelde van 3,0 en belandde daarmee in Storm op komst, waar de tekst spreekt van serieuze overbelasting. Het meest neutrale antwoordpatroon dat er bestaat leverde dus het op één na zwaarste oordeel op.
Dat had twee ongewenste gevolgen. In augustus 2026 kwam bijna driekwart van de metingen in een rode zone uit, waardoor die zone weinig meer zei. En mensen die zich niet in dat zware beeld herkenden haakten af, terwijl juist zij degenen zijn bij wie bijsturen nog licht is.
De grenzen liggen nu zo dat hetzelfde neutrale antwoordpatroon in Tegenwind uitkomt. Dat is geen versoepeling van het oordeel maar een correctie van de meetlat, en het maakt de rode zones weer betekenisvol voor wie er echt in zit. Onder je uitslag vragen we sindsdien met één klik of het beeld voor jou klopt. Die antwoorden gebruiken we om de grenzen verder bij te stellen, zodat de volgende herijking op echte data rust en niet alleen op redenering.
Twintig vragen is een bewuste keuze. Vier vragen per domein is het minimum voor een enigszins stabiel beeld per richting, en meer vragen zouden de drempel verhogen voor precies de mensen die al een vol hoofd hebben.
Wat we nog niet weten
Bij onderbouwing hoort eerlijkheid over de grenzen ervan.
Het Werkkompas is inhoudelijk gefundeerd, want elk domein en elke vraag is herleidbaar naar gevestigde modellen. Psychometrisch gevalideerd is het instrument nog niet: de betrouwbaarheid, de factorstructuur en de grenswaarden zijn niet empirisch op eigen data vastgesteld. De afkapwaarden hierboven zijn beredeneerd en afgeleid van de zonering van vergelijkbare instrumenten. Ook de weging van herstel rust op de literatuur en niet op eigen metingen, en dat geldt eveneens voor de herijking van september 2026.
Een eerdere versie van deze pagina legde onze grenzen naast de klinische grenswaarde van de Burnout Assessment Tool, die rond de 3,0 ligt. Die vergelijking laten we vallen, want zij houdt geen stand: de BAT bestaat uit andere vragen en de gemiddelden van twee verschillend samengestelde instrumenten zijn niet zomaar op dezelfde meetlat te leggen. Dat wij herstel zwaarder wegen, verschuift onze schaal bovendien ten opzichte van instrumenten die dat niet doen. Onze zones staan dus op eigen benen, met de herkenningsvraag als toets, en zij lenen hun gezag niet van een ander instrument.
Om die reden is elke uitslagtekst geformuleerd als duiding en nooit als oordeel. Er staat dat je antwoorden bij een bepaald beeld passen, en dat is iets anders dan de vaststelling dat je iets hébt.
Wij werken stapsgewijs naar hardere onderbouwing toe. Sinds september 2026 bewaren we de antwoorden geanonimiseerd, zonder naam en zonder adres, zodat de grenswaarden op termijn op eigen data geijkt kunnen worden. Daarnaast vragen we onder elke uitslag of het beeld klopt, en dat is een directe toets op de indeling. We leggen het Werkkompas bij elke intake van Reset & Refocus naast de Burnout Assessment Tool, en dat levert de eerste echte validatietoets op. Jaarlijks herijken we de teksten en de zones op basis van wat we dan weten.
Tot die tijd geldt wat een kompas hoort te doen. Het wijst, het oordeelt niet.
Privacy
Je antwoorden worden anoniem bewaard: zonder naam, zonder e-mailadres en zonder je IP-adres. Wij kunnen een uitslag dus niet aan een persoon koppelen. We doen dat om twee redenen. Je kunt je eigen uitslag daardoor later terugvinden en delen via een persoonlijke link, en wij kunnen het instrument ermee verbeteren en de grenzen ijken. Na iets meer dan een jaar worden die antwoorden verwijderd.
Je e-mailadres bewaren we alleen wanneer je er zelf om vraagt, en uitsluitend voor wat je hebt aangevinkt: het rapport, eventueel een herinnering na een week en eventueel een uitnodiging voor een hermeting na zes weken. Zodra die berichten verstuurd zijn wordt je adres automatisch gewist. In elke mail staat een link waarmee je je direct afmeldt en je gegevens laat verwijderen.
Voor organisaties: de werkdrukmeting
Hetzelfde instrument gebruiken we in een teamvorm, waarbij medewerkers de meting binnen een afgesproken periode anoniem invullen en de werkgever een geanonimiseerd groepsbeeld terugkrijgt. Alles hierboven over de opbouw, de vijf windrichtingen, de berekening en de grenzen geldt daar onveranderd. Er wordt niets anders gemeten en er gelden geen andere maatstaven.
Waar het in past. Psychosociale arbeidsbelasting is een verplicht onderdeel van de risico-inventarisatie en -evaluatie, en de maatregelen die daaruit volgen horen in een plan van aanpak dat gemonitord en geëvalueerd moet worden. Een nulmeting gevolgd door een hermeting is precies het antwoord op de vraag of die maatregelen ook echt geholpen hebben.
Wat het niet is. Deze meting is geen volledige RI&E, geen erkend branche-instrument en zij is niet getoetst door een kerndeskundige. Zij gaat over werkdruk en herstel, en dus niet over ongewenste omgangsvormen, agressie, discriminatie of seksuele intimidatie. Zij komt naast een RI&E te staan en niet in de plaats ervan.
Hoe de anonimiteit geborgd is. Er wordt geen naam, personeelsnummer, leeftijd of functie gevraagd, dus ook wij weten niet wie wat heeft ingevuld. De werkgever krijgt nooit ruwe antwoorden, alleen het rapport. Over een team rapporteren we pas vanaf vijf ingevulde metingen, en kleinere teams voegen we samen tot één groep. Bij organisaties onder de tien medewerkers rapporteren we uitsluitend op organisatieniveau. Hemgård Vegvísir voert de meting uit als onafhankelijke derde, buiten de gezagsverhouding om.
Wat de medewerker eraan heeft. Iedereen die meedoet ziet direct zijn eigen persoonlijke uitslag, met dezelfde duiding en dezelfde suggesties als iemand die de meting voor zichzelf doet. Dat is de reden dat mensen hem ook echt invullen, en het is wat deze meting onderscheidt van een gewoon medewerkersonderzoek.
Een advies vooraf. Een regeling op het gebied van arbeidsomstandigheden valt onder het instemmingsrecht van de ondernemingsraad of personeelsvertegenwoordiging, dus betrek die vooraf. Bij de aanvraag krijg je van ons een kant-en-klare tekst waarmee je dat kunt doen.
Bronnen
- Schaufeli, W.B., De Witte, H. & Desart, S. (2019). Handleiding Burnout Assessment Tool (BAT). KU Leuven.
- Demerouti, E., Bakker, A.B., Nachreiner, F. & Schaufeli, W.B. (2001). The Job Demands-Resources Model of Burnout. Journal of Applied Psychology, 86, 499–512.
- Karasek, R.A. (1979). Job demands, job decision latitude, and mental strain. Administrative Science Quarterly, 24, 285–308.
- Siegrist, J. (1996). Adverse health effects of high-effort/low-reward conditions. Journal of Occupational Health Psychology, 1, 27–41.
- Maslach, C. & Jackson, S.E. (1981). The measurement of experienced burnout. Journal of Occupational Behaviour, 2, 99–113.
- Meijman, T.F. & Mulder, G. (1998). Psychological aspects of workload. In: Handbook of Work and Organizational Psychology.
- Van Veldhoven, M. & Broersen, S. (2003). Measurement quality and validity of the need for recovery scale. Occupational and Environmental Medicine, 60, i3–i9.
- Sonnentag, S. & Fritz, C. (2007). The Recovery Experience Questionnaire. Journal of Occupational Health Psychology, 12, 204–221.
- Besèr, A. e.a. (2014). Construction and evaluation of a self-rating scale for stress-induced exhaustion disorder (KEDS). Scandinavian Journal of Psychology, 55, 72–82.
- Kristensen, T.S. e.a. (2005). The Copenhagen Burnout Inventory. Work & Stress, 19, 192–207.
- Terluin, B. e.a. (2004). The Four-Dimensional Symptom Questionnaire (4DSQ). Work & Stress, 18, 187–207.
- Cohen, S., Kamarck, T. & Mermelstein, R. (1983). A global measure of perceived stress. Journal of Health and Social Behavior, 24, 385–396.
- NHG/NVAB. Richtlijn Overspanning en burn-out.
Wil je het volledige verantwoordingsdocument lezen, neem dan contact op.
Laatst bijgewerkt op 31 augustus 2026, toen de grenzen zijn herijkt, de weging van herstel is ingevoerd en de omgang met gegevens is gewijzigd.
Doe het Werkkompas · Werkdrukmeting · Meer over herstel voor jezelf · voor je Team